Ga naar de inhoud

Horecapandemie

  • Nieuws

De brutaliteit van Halsema en het feestcollege kent geen grenzen. De waanzin, die stilzwijgend de horeca uitroept tot een kerntaak van de gemeente en als zodanig wordt verkocht aan bewoners. Zelfs I Amsterdam, het reclamebureau voor de horeca, gooit de sociale media vol met advertorials van exclusieve horeca van dure rooftopbars in de stad waarvan gek genoeg de subsidie nog betaald is door bewoners zelf. En dat op een moment dat veel Amsterdammers onder de armoedegrens leven, geen vreten hebben en koud moeten douchen van de PvdA. Inwoners die de aankomende winter nog meer in de problemen komen door het tekort aan gas. Voor veel Amsterdammers ligt nog een onzekere toekomst in het verschiet. De rijen van de voedselbanken worden alsmaar langer. Halsema, het feestcollege en I Amsterdam is de schaamte allang voorbij.

Waarom maakte dit krakkemikkige feestcollege horeca tot een kerntaak van de gemeente? Over een schoenenwinkel, of een groenteboer op de hoek hoor je nooit wat, terwijl schoenen en voedsel als levensbehoeften van meer belang zijn dan in een rooftopbar een latte met havermelk te nuttigen voor € 6,75, wat gewoonweg voor veel mensen niet te betalen is.

Al tijden loopt de inspraak over het nieuw horeca- en terassenbeleid. Binnenkort mag de Amsterdammer naar informatiebijeenkomsten, krankjorum gewoon. Want dat probleem is door de gemeente zelf gecreëerd. Die “inspraakmogelijkheid” van het feestcollege is een schaamteloze zet, bedoelt om bewoners mee te zuigen in het door dit college zelfgecreëerde probleem. Daarmee maakt dit college op een valse manier bewoner onderdeel van hun eigen probleem.

Heerst er soms een angstcultuur onder de ambtenaren voor horeca, zijn ze bang, kunnen ze de druk niet aan, worden ze omgekocht, veel vragen! Het gebeurt regelmatig dat er een handgranaat voor de deur ligt of ontploft. Amsterdam, de stad van duizend bommen en granaten (vrij naar Kapitein Hadock uit de Kuifje-strip).

Ook vreemde geldstromen waar niemand weet waar ze vandaan komen. Gerelateerde drugsconflicten, portiers die de cokedealer uithangen. Het komt regelmatig voorbij in de pers. Je hoort nooit dat bij de warme bakker, of groenteboer een handgranaat aan de klink hangt, of is ontploft.

In het onderzoek “De achterkant van Amsterdam” van Pieter Tops Jan Tromp is hier veel over terug te lezen. Citaat: “Uit recent gemeentelijk onderzoek (voorjaar 2019) waarin 337 vergunningaanvragen voor horeca werden bestudeerd, bleek dat bij de aanvraag van nieuwe horecavergunningen in meer dan de helft van de gevallen gebruik werd gemaakt van onderhandse financieringen. Op basis van informatie van de Belastingdienst lijkt het bij 27 procent van de onderhandse leningen onwaarschijnlijk dat de financier over het vermogen beschikte om de lening te verstrekken. Liefst 35 procent van de financiers had een strafblad (waarbij zware verkeersovertredingen meetelden). Van de financiers had drie procent al verdachte transacties op zijn naam staan (rapport Onderhandse Leningen, 2019).”

Het lijkt wel of er een horecapandemie heerst in de stad, die plaats heeft gemaakt tijdens en na de coronapandemie. Er zijn ca. 7-8000 gerelateerde horecazaken. De data is niet op orde, de terrastekeningen kloppen niet, men weet niet wat de bezettingsgraad is van het aantal terrasstoelen/campingbanken per horecazaak. Er zijn zelden geluidsmetingen gedaan op terrassen. Terwijl er heus wel normen voor zijn. Maar veel mensen slapen niet met een terras voor de deur.

Er zijn vele onduidelijke vergunningen, groen wordt valselijk omgezet naar terras, de Bibob werkt niet, er wordt niet gehandhaafd, kortom het is een grote puinhoop bij de gemeente, zowel in de front- als backoffice. Onder de ambtenaren en stadsdelen is het cliëntelisme groots. Die is er met een paplepel ingegoten door het bestuur. Na een hele lange tijd niets komen bewoners pas op de laatste plaats.